Toronto – Amsterdam 23-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 25 September 2006 | 13:29:11
Provincie: Ontario
Gevlogen afstand: 5.992 km (Air Canada)
Tekst: Frank

De laatste dag alweer van een geweldige vakantie, waarin we enorm genoten hebben van de veelzijdigheid van (Oost)Canada.
’s Morgens eerst heerlijk uitgeslapen, aangezien de volgende nacht er waarschijnlijk weinig van slapen komt i.v.m. het overbruggen van tijdsverschil. Daarna op het gemak douchen en de koffer pakken. Valt trouwens niet eens tegen hoe makkelijk alles in de koffer past.
In tegenstelling tot de weersvoorspelling is het zonnig, dus nog een dag genieten hier in Toronto.
Om 10.30uur checken we uit, alhoewel de koffers er kunnen blijven tot de taxi ons aan het begin van de avond naar het vliegveld brengt.
Onderweg naar een eettentje voor een brunch blijkt dat op het plein vlak bij het hotel een soort van marktje is waar het gezellig druk is. Er wordt veelal prullaria verkocht; ook is er een podium waar later op de dag tal van optredens zullen zijn.
Na een heerlijk ontbijt, eigenlijk wederom veel te veel gegeten, gaan we richting St. Jamespark. Dat is een groenpark midden in de stad, waar het een oase van rust is en de vogeltjes en eekhoorns uit je hand eten. Het park ligt er keurig onderhouden bij met leuke bankjes, veel verschillende soorten planten en bomen. Uiteraard (bijna) staat bij de ingang een schattig kerkje.
Hierna gaan we richting de St. Lawrence Market. Hier aangekomen is het een drukte van jewelste, wat ons doet besluiten direct door te wandelen (in het zonnetje) richting centrum.
In de vele souvenirwinkels die Toronto rijk is, kopen we de nodige ‘dingetjes’ voor het thuisfront. Onderweg worden nog op verscheidene plaatsen kaarten voor de baseball wedstrijd van de Toronto Blue Jays aangeboden, maar helaas voor ons vindt deze wedstrijd in het machtige Sky Dome plaats op het moment dat we naar het vliegveld moeten.
Op onze verdere wandeling door Toronto Center komen we nog langs de Toronto Hall en tal van andere monumentale gebouwen. Tevens wordt tussendoor ook nog (voor het laatst) de site bijgewerkt. Genoeg gezien; tijd dus voor een terras. Deze is snel gevonden en zo genieten we nog van de laatste uurtjes in de metropool Toronto.
Na dit terrasbezoek gaan we wederom naar ons favoriete Richtree. De diversiteit in dit noem het restaurant is zo groot dat je er wel de hele week kan eten zonder ook maar eenmaal hetzelfde te nemen. Dit keer bestaat het hoofdgerecht uit rösti met schnitzel met daarbij een heerlijke salade. In dit veelzijdige restaurant is het zo gezellig dat de tijd (bijna) vergeten wordt, flink doorwandelen betekent echter dat we precies op tijd terug bij het hotel zijn voor de rit naar het vliegveld (de taxichauffeur zat netjes in de lobby te wachten).
De Pakistaanse chauffeur brengt ons in een klein half uur naar het Pearson Airport van Toronto. Ook deze keer verloopt het allemaal niet even soepel. Air Canada laat ‘alle’ transatlantische vluchten inchecken bij de 10 balies in hal D, hetgeen leidt tot (enige) chaos. Ook moeten we onverwachts met de bus naar een andere terminal. Om even na elf uur lokale tijd verlaten we Canadees grondgebied om koers te zetten richting Amsterdam.

foto's van 23-09-2006
berichten 6 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1259

5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht.
Toronto 22-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 23 September 2006 | 20:11:20
Provincie: Ontario
Tekst: Lidwine

We beginnen met een (stevig) ontbijt bij Eggspectation in de hoofdstraat Yonge Street. Dat ligt bij ons om de hoek. Handig hotelletje (nou -tje kan er eigenlijk wel af met 18 verdiepingen) waar we inzitten. Gisteren zijn we nog een stukje met de metro gegaan, maar we kwamen er snel achter dat alles op loopafstand voor ons is. Vandaag dus geen metro.

Het is volgens het nieuws (weer sinds poos geleden tv gezien) de laatste zomerdag dit jaar. Nah, geluk is...
Het is rustig in de hoofdstraat van Toronto; vandaag is Car Free Day. De straat is afgesloten en ze zijn druk bezig om podia op te bouwen voor festiviteiten vandaag. Het schijnt een wereldwijd bekend ‘event’ te zijn, maar ik heb er nog nooit van gehoord of gezien. Maar we waren vandaag toch solidair, want de camper is gisteren al ingeleverd.
Na het ontbijt gaan we Yonge Street af, steken onder meer Front Street over, tot aan de haven. Door de jaren heen is Toronto gestaag uitgebreid naar het zuiden tot in het meer. Front Street, dat vroeger aan het water lag, ligt nu hoog en droog op een lange strook ingepolderd land dat hier en daar 550 meter breed is. Het is vooral een bedrijvig gebied, met havens, handelsgebouwen en spoorrails. Waar vroeger stoomboten vertrokken voor pleziervaarten op het meer. Toen de St. Lawrence Seaway bijna klaar was, in 1959, werden er plannen gemaakt om de haveninstallaties uit te breiden. Maar de verwachte opleving van het havenverkeer bleef uit. Sinds de jaren zeventig is de waterkant gekoloniseerd door hotels, kantoren, appartementsgebouwen en een mengeling van jachthavens, cafés, restaurants en een bloeiende antiekmarkt. Bij Harbourfront nemen we de ferry naar Toronto Park Islands. De eilanden zijn autovrij. Er zijn fietsen te huur om de zes kilometer lange sikkel van eilanden te verkennen, maar wij willen de boel al wandelend verkennen (wat is tenslotte 6 km?!). De veerboten leggen aan op Ward’s Island, bij Hanlan’s Point (vlakbij het drukke vliegveld) en bij Centre Island Dock. De achttien groene eilanden die het brede water van Toronto’s prachtige natuurlijke haven beschutten, zijn al lang een geliefd oord voor mensen die even de drukte van het stadsleven willen ontvluchten. Wij nemen de ferry naar die gaat naar Centre Island (wat 'n verrassing: die ligt in 't midden). Je komt gelijk midden in een park, met een hoop vogels, vlinders en beelden van een art gallery die her en der staan opgesteld. Van daaruit lopen we naar Algonquin Island. Wat 'n oase van rust. Helemaal als je een kwartier eerder nog in de stadsdrukte liep. Als we net voor Algonquin Island richting waterkant gaan, is daar een schitterend uitzicht op de skyline van Toronto. Prominent is de CN Tower, hoewel het van deze afstand meer een speld lijkt. Keken we gisteren vanaf deze toren naar beneden over de eilanden en de haventjes, vandaag kijken we vanaf diezelfde eilanden vanuit verschillende hoeken naar diezelfde toren; heel apart. Door de laatste gemeentelijke herindeling (1977) is Toronto de op drie na grootste stad van Noord-Amerika geworden. Haar dyniemiek is te zien in een fraaie groep wolkenkrabbers in de binnenstad. Haar ambitie door de immens hoge CN Tower.
In Algonquin staan de eerste huisjes. Kleine gebouwtjes en de meeste zijn behoorlijk verwaarloosd en krakkemikkig. We gaan verder naar Ward’s Island, waar o.a. een bejaardentehuis zit. Ook hier valt op dat opruimen en het bijhouden van huis en tuin niet de meeste favoriete hobby van de bewoners is. Via de lange boardwalk langs zee gaan we terug naar Centre Island, om met de ferry weer de drukte van de stad op te zoeken.
Terug op het vasteland pakken we bij Starbucks een kop koffie en zakken ff heerlijk onderuit in de fauteuils die zo uitnodigend voor het raam stonden. Bakje prut, lekker muziekje op de achtergrond; Toronto op een compleet andere manier. De derde keer is dan toch scheepsrecht geworden. Want het is 'n mooie stad met van alles wat en -heel handig- alles geconcentreerd in een centrum dat (voor ons) op loopafstand ligt. De straten in het hart van Toronto zijn directe getuigen van Canada’s rijke bouwkundige erfgoed. En nu kunnen we daar ook van genieten. Monumenten, vernieuwende wolkenkrabbers en fraaie exemplaren van moderne architectuur zijn hier aan de orde van de dag.
Tussendoor nog ff het weblog bijgewerkt. Dan gaan we wat winkeltjes in, via 'path' komen we weer in Eaton Centre. We besluiten naar Richtree terug te gaan. Dit was gisteren zo bevallen en er was zoveel keuze, dat we daar nog 'n keertje naar teruggaan. Zowaar, nog drukker dan gister. Maar het is groots opgezet, dus je hebt er geen last van en je kunt ook een rustig hoekje zoeken. Ditmaal werden het fajitas; tjeetje, lekker hoor. Na een korte avondwandeling, met aardig wat kilometerers in de benen, kwamen we behoorlijk gesloopt weer terug op onze hotelkamer.
Nog één nachtje en het tripje Canada zit er alweer op. De tijd is voorbij gevlogen…

foto's van 22-09-2006

Bronte Creek – Toronto 21-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 22 September 2006 | 22:12:56
Provincie: Ontario
Gereden afstand: 60 km (Lidwine)
Transfer: 30 km (Fraserway)
Tekst: Frank

Vannacht was de laatste nacht in het bedje van de camper. Na het eten eerst alles provisorisch schoongemaakt om vervolgens na het douchen te vertrekken richting Toronto. Daar moest in een buitenwijk de camper worden ingeleverd bij Fraserway.
Ondanks de drukte verloopt de rit voorspoedig (is wel eens anders geweest om en in Toronto) en draaien we om 11.30 uur het terrein van Fraserway op.
We moeten even wachten maar da’s in het zonnetje geen probleem.
De check van de camper gaat anders dan verwacht. Niet de meneer van Fraserway controleert de camper maar hij vraagt gewoonweg of er nog gebreken c.q. tekortkomingen zijn aan de camper. We melden dat de radio al vanaf dag één niet werkt, maar dat verder alles naar wens is gegaan. Als compromis voor de radio krijgen we $100,- korting van deze overigens Hollandse (nog specifieker: Grunningse) meneer die vanaf 1980 in Canada woont. Gezien de ‘straf’ voor extra gereden kilometers, een welkome tegemoetkoming.
Na de afhandeling brengt de chauffeur van Fraserway ons naar downtown Toronto, waar we het reeds eerder genoemde Bond Palace hotel voor de resterende twee nachten in Canada hebben geboekt.
Nadat we ingecheckt zijn, we hebben een kamer op de 13e etage met wisselend uitzicht, gaan we de stad in.

Toronto heeft trouwens zo’n 5 miljoen inwoners (incl. de voorsteden). In de grootste metropool van Canada wonen tweemaal zoveel mensen dan in de Atlantische provincies New Foundland, New Brunswick, Nova Scotia en Prince Edward Island samen.
We kiezen ervoor om met de metro richting Front Street te gaan. Daar aangekomen wandelen we naar de CN Tower. De CN Tower is de hoogste vrijstaande toren ter wereld, maar liefst 553 meter hoog!
Een glazen lift langs de buitenzijde van de toren brengt ons naar een uitzichtplatform op 342 meter hoogte. Dit observatiedek heeft een glazen vloer, waardoor je helemaal tot beneden kunt kijken. Hier kun je ook naar een outdoorplatform. Op 346 meter is er dan nog een indoorplatform. Het uitzicht is werkelijk schitterend, waarvan men zegt dat het wel tot 100 kilometer reikt.
Terug met beide benen op de grond heeft de honger inmiddels toegeslagen en al genietend wandelen we door de stad naar een eetgelegenheid. We komen terecht in Richtree, een gezellige van alles-wat-tent. Je kunt er eten en drinken wat je wilt onder het genot van muziek. In dit etablissement vliegt de tijd en voor we er erg in hebben is het al donker.
Op de terugweg komen we langs Eaton Centre een populaire winkel en restaurantstraat waar het gezellig druk is. Slechts op een paar meter afstand van ons hotel. Onderweg wordt ook de site nog geupdate in een internetcafe, alvorens we koffie nemen bij Starbucks.
Via de fonteinen en de muziek op Queen Street zoeken we ons hotel op voor een welverdiende nachtrust; uiteraard niet voor dit stukje is geschreven.

foto's van 21-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 408

Niagara Falls – Bronte Creek 20-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 22 September 2006 | 02:16:13
Provincie: Ontario
Gereden afstand: 147 km (Frank)
Tekst: Lidwine

Ondanks de voorspelling, toch 'n zonnetje als we vertrekken richting The Falls. Er staat wel 'n aardige woei en dat maakt 't wat frisser.
Via Lundy's Lane en Stanley Avenue, komen we via Marineland Drive op Portage Road. Ik zie verderop boven de nevellaag van de watervallen een regenboog; prachtig gezicht! We parkeren de camper; waar in dit geval zowaar speciale plekken voor zijn. Het parkeren is gratis, want deze 'P' blijkt het minst in trek te zijn bij toeristen omdat ze dan 'n paar meter moeten lopen. De shuttlebus gaat nu namelijk ook niet. Prima voor ons dus; lekker 'n stukkie met de benenwagen. Dan nu echt: óp naar The Falls. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen. Dus eigenlijk kon het alleen maar tegenvallen. Nou, dus niet. Wat 'n ervaring om mee te maken!
De wandeling langs Dufferin Islands naar de Canadian Horseshoe Falls was al zeker geen straf. Mooie doorkijkjes naar het woeste water. Boven op de helling aan de rand van de stad Niagara staan uitkijktorens. Bij Table Rock hebben we een geweldig zicht op het neerstortende water van de Horseshoe Falls. De promenade biedt van vlakbij uitzicht op de rand van de cataract. Indrukwekkend hoor, deze enorme manifestatie van oerkrachten. De waterval maakt zelf via de nevelvorming een ‘eigen’ regenbui en eens in de zoveel tijd valt deze miezerige nevelregen naar beneden. Anders dan ‘normale’ regen; heel apart. De Horseshoe Falls zijn maar liefst 790 meter breed. Een eindje verder, na Goat Island, zijn ook de (i.t.t. de meeste inwoners, wat bescheidener) American Falls goed te zien. Deze waterval is 'slechts' 350 meter breed.
De Niagara-waterval is het resultaat van dynamische geologische processen die nog steeds voortduren. De zuidwaartse verplaatsing van de waterval zal naar verwachting doorgaan. Daardoor zal Goat Island, dat nu de American en Horseshoe Falls van elkaar scheidt, verdwijnen. Uiteindelijk zal de waterval het Eriemeer bereiken en vermoedelijk in een reeks stroomversnellingen veranderen. Nah, wij hebben in ieder geval –gelukkig- nog meegemaakt dat dat niet het geval is…
Ter hoogte van de American Falls vertrekt de 'Maid of Mist'. Deze stevige kleine boten varen sinds 1846 door het stuivende water van de American Falls naar de voet van de Horseshoe Falls. Als je de faciliteiten voor de wachtrijen ziet, weet je dat je in het hoogseizoen je borst nat kunt maken voor een paar uur wachten. Wij kunnen gelukkig zo doorlopen richting de regenjassen-afdeling (midden tussen de Aziaten die hier in Niagara Falls ruimschoots vertegenwoordigd zijn). Niet verplicht, wel praktisch, zo blijkt. Bij de American Falls blijft het nog tot wat druppen beperkt. Maar bij de Horseshoe Falls gaat het er heftiger aan toe. Adembenemend mooi, als je bij de voet van dit natuurgeweld bent. Ik liep bijna te hyperen; mega! Omdat het niet zo druk was, konden we ook heel goed vanaf beide kanten van de boot kijken; nah, ben dus heel wat keren op en neer gedrenteld.
Na afloop een regenjasje meegenomen, want die leek me wel handig voor Brombeer voor op z'n scootmobiel ('sponsored by', sammasegge; voorop staat het logo van de MoM).
We laten het hart van het commerciële entertainment-centrum, met SkyWheel (reuzenrad), IMAX Theatre, Fun House en andere 'geweldige' attracties links liggen. Gelukkig waren we aan de vroege kant. Als we vertrekken is het behoorlijk drukker geworden en er rijden nog steeds bussen af en aan.
Nog vol van The Falls, gaan we via de QEW-Highway richting Toronto. Aangezien er hier in de regio niet zoveel campgrounds zijn en de camping op natuurpark Bronte Creek goed bevallen was, besluiten we daarheen te gaan. Perfecte uitvalsbasis om (voor de laatste keer tijdens onze trip) Toronto in te rijden.
We gaan eerst nog het plaatsje Bronte in voor (de laatste keer) boodschappen. Dan gelijk maar even naar de Library die een eindje verderop (officieel alweer Oakville) ligt. Er hangt daar 'n gemoedelijke sfeer en het updaten van ons weblog ging, met het nodige geduld, vlekkeloos. In Bronte Creek aangekomen blijkt 'ons stekkie' bezet, maar we vinden al snel een andere geschikte plaats voor onze laatste overnachting in de camper. We hebben op internet uitgezocht waar we de twee laatste nachten in het centrum van Toronto door willen brengen. Met de ‘campingtelefoon’ reserveren we toll-free (super geregeld voor als je locale telefoontjes wil plegen) Bond Place Hotel (downtown; bij het Eaton Centre). Het was weer een bijzondere dag. En we zijn heel benieuwd of we Toronto ditmaal op een andere manier zullen ervaren…

foto's van 20-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 378

Bronte Creek – Niagara Falls 19-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 20 September 2006 | 21:35:19
Provincie: Ontario
Gereden afstand: 165 km (Lidwine)
Tekst: Frank

In het Provincial Park hier in Bronte Creek is het goed vertoeven. Vannacht wel behoorlijk wat regen gehad. Maar wanneer je dan in bedje in de camper ligt, is het geluid van de regen geen probleem. In de ochtend is het weer zonnig, zodat een verdere verkenning van dit ‘groene’ park gewoon een heerlijke ochtendwandeling is.
Na de camper alvast een beetje schoon te hebben gemaakt, gaan we richting Hamilton. Via de James Allen Skybridge en de juiste afslag, zijn we vrij snel op een parkeerterrein hartje Hamilton. Hamilton is een stad met maar liefst 500.000 inwoners en dat geeft een drukte van jewelste. We lopen eerst over de Farmers’ Market. Als je daar binnenstapt, is het net of je in een wat andere wereld terecht komt. De overdekte markt met kraampjes is een geinig gebeuren. Daarna brengen we een bezoek aan de bieb, maar dat gaat ‘m niet worden. Twee computers beschikbaar en een kwartiertje tijd met wat wachtenden voor ons. Een internetcafé biedt soulaas. Dan gaan we langs de visitors information, waar de nodige info wordt verkregen. Twee oudere dames ‘bemannen’ het kantoortje en zijn uiterst behulpzaam in het geven van informatie over Hamilton en de omgeving. Daarna lopen we nog even door het centrum van Hamilton. Dat bestaat uit enerzijds moderne nieuwe gebouwen en anderzijds een soort van bouwval, heel apart.
Vervolgens rijden we richting de botanische tuinen. De Royal Botanical Gardens liggen aan het eind van de landengte die Hamilton met Burlington verbindt. Hier kunnen we kiezen uit 7 verschillende soorten tuinen met een totale oppervlakte van ruim 1100 hectare! We gaan ze niet allemaal bezoeken (ook te veel om in één dag te bezichtigen) en we kiezen voor de Laking Garden. Alhoewel de groei en kleur er hier en daar en beetje uit is, is het nog altijd een fleurig gezicht zo gelegen aan het Lake Ontario. De aan de westkust van het Ontariomeer gelegen staalstad Hamilton beroemt zich op twee buitengewone attracties, waaronder Dundurn Castle. Dit in een park gelegen kasteel is in 1835 is gebouwd voor Sir Allen Napier MacNab (één van de machtigste leden van de oligarchie van Boven-Canada, jawel). Deze man werd later nog premier van wat toen de provincie Canada was geworden. Met grondtransacties vergaarde hij zijn fortuin. Tot zover deze korte geschiedenisles. Vervolgens rijden we richting de Falls.

Opvallend zijn de vele kassen langs de Highway richting de Falls.
Ter hoogte van St. Catharines ontvluchten we de drukte van diezelfde Highway en gaan op een zeer provinciale weg verder. Via pittoreske dorpjes waar Jan Modaal alleen van kan dromen komen we terecht in Niagara on the Lake. In Port Dalhousie (staat niet op de kaart) doen we nog wat boodschappen.
In Niagara a/d Lake, zo’n 20 kilometer ten noorden van de (Niagara) Falls, staan elegante huizen met buitenmuren van overnaadse planken in de door bomen beschaduwende straten; het is volgens zeggen één van de meest charmante plaatsjes van Noord-Amerika.
Uiteraard bezichtigen we dit stadje dat hoofdzakelijk uit een lange straat waar tal van (souvenier)winkeltjes, restaurantjes, art galeries, musea, een heus theater en uiteraard hotel(letjes) bestaat. Na dit stadje, dat aan de monding van de Niagara River ligt, gaan we via de Niagara parkway. Langs tal van fruitplantages, wijngaarden en vooral minikastelen van huizen, brengt deze weg ons richting de Falls om daar in de buurt een overnachtingplaats te vinden. Pien voor de ingang van de KOA-campingDe eerste die we in gedachten hadden, valt af: de ’ground’ ziet er slecht en ongezellig uitziet (met recht een trailerpark). De tweede, een KOA-campground bevalt aanzienlijk beter.
Op naar de dag van morgen, op naar de zo beroemde Niagara Falls. Ik ben benieuwd.

foto's van 19-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 397

Emily Park – Bronte Creek 18-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 19 September 2006 | 18:31:25
Provincie: Ontario
Gereden afstand: 219 km (Frank)
Tekst: Lidwine

Na een korte blik in het park, vertrekken we vanaf het groene Emily Provincial Park. Toeristen prefereren de rit langs het meer naar Niagara. Maar de stedelingen van Ontario trekken als het weekend wordt, naar het noorden aan de rand van het Canadese Schild. Daar waar het platteland overgaat in echte wildernis, slechts 2 à 3 uur rijden van de metropool.
Wij komen van die kant en brengen een bezoek aan 'het weekendparadijs van Zuid-Ontario': Peterborough. De stad is groot geworden als centrum van de houtindustrie. Het is de grootste stad (74.000 inwoners) langs het 385 km-lange Trent-Severnkanaal, dat Trenton aan de oever van het Ontariomeer verbond met de oostkust van Georgian Bay. De Peterborough kano, een bijzonder doelmatige variant van dit oer-Canadese bootje, is hier ontwikkeld. Nu is de stad vooral bekend als het centrum van de Kawartha Lakes.
Het meest indrukwekkende bouwwerk in Peterborough is de sluis Lock No.21. Een nationale historische site van Canada. Deze hydraulische lift was, toen hij in juli 1904 werd gebouwd, met zijn 20 meter de eerste van dit soort in Noord-Amerika en de hoogste ter wereld. In tweelingbassins, die ieder gevuld zijn 1700 ton water, worden tegelijk schepen omhoog en omlaag gebracht. Ik moet zeggen: een indrukwekkend schouwspel.
Wij hebben het geluk dat er net 2 schepen van de locklift gebruik willen maken. Ze gaan beiden in hun 'hokje' en In sneltreinvaart wisselen de bassins van hoogte! Een waarspektakel om te zien, maar als je ff niet oplet dan is 't al voorbij.
We gaan nog even het (gezellige) centrum van Peterborough in. In de openbare bieb updaten we het weblog. De computers daar waren ook aan een update toe. We tijd van de Commodore 64 ofzo. USB-poorten waren eruit gesloopt. Daarvoor kwam de mejuffrouw van de bieb met een apart snoertje nadat ik m'n rijbewijs ervoor had ingeruild. Ons log zelf was door een IP-block niet te benaderen, maar het beheergedeelte gelukkig wel. Afijn, met een 'beetje' geduld (en wat gvd's natuurlijk) lukte het uiteindelijk toch om de boel bij te werken.

We gaan vanuit Peterborough over de snelweg richting Oshawa en dan Toronto. We willen redelijk wat kilometers maken vandaag, om iets boven Hamilton uit te komen. Tussen de grote(re) plaatsen Oakville en Burlington, willen we naar het park Bronte Creek. We zakken daarbij langs het Ontario Lake in zuidwestelijke richting af. Maar hoewel we behoorlijk vlak langs de kust gaan, is er vanaf de (relatief drukke) snelweg geen water te zien. We komen nog door een aantal behoorlijk grote plaatsen. Na Oshawa (150.000 inwoners) komen we door Ajax… (goed voor zo'n slordige 90.000 inwoners; we hebben ze de groeten gedaan Harry). En dan is daar de eerste file in Canada; gelukkig aan de andere kant van de weg. We verlaten de snelweg en nemen een provinciale kustweg. Deze willen we blijven volgen, maar helaas. Het blijft een stad en de boel wordt in Toronto ontzettend slecht (lees: niet) aangegeven. Wat 'n drama. Met de CN Tower links i.p.v. rechts van ons, weet ik dat er iets mis is gegaan. Maar met een kaart waar lang niet alle straten opstaan, is het lastig uit te vinden waar je bent en waar je heengaat. Na het nodige gepuzzel volgt de conclusie: de verkeerde kant. Midden door -de drukte van- het centrum heen, midden door Chinatown heen (zo kom je nog 'ns ergens), uiteindelijk weer op de kustweg terechtgekomen. Pffff. Onze tweede kennismaking met Toronto is (wederom) geen beste. Met kunst- en vliegwerk blijven we op de kustweg. Na heel wat 'mindere wijken' te hebben gezien vandaag, komen we in Oakville plots in het Wassenaar van Canada. De ene villa is nog heftiger dan de andere. Een lange strook aan enorme villa’s.
Daar tussendoor halen we snel ff wat biertjes (tsja, ze waren op). En we tanken nog even. Bronte Creek wordt ook 'gewoon' weer niet aangegeven, maar dat vinden we probleemloos. Ook op deze parkcamping weer selfservice met een automaat (modern hoor; en lekker makkelijk). Er zijn nog genoeg plekken om uit te kiezen, dus rond zessen hebben we het campertje klaar voor de (verdiende) nacht(rust).
En dan smaken de biertjes goed...

foto's van 18-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 324

Golden Lake – Emily Provincial Park 17-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 18 September 2006 | 18:42:52
Provincie: Ontario
Gereden afstand: 343 km (Lidwine)
Tekst: Frank

Heerlijk geslapen op de campground hier aan het Golden Lake. Na dagen waarin nogal wat steden bezocht zijn, gaan we nu richting natuur en wel het Algonquin park.
In Killaloe worden nog wat boodschappen gedaan. Hier in het dorpje met slechts 700 inwoners is de supermarkt (naast de kerk) gewoon open op zondag.
Onderweg is de Indian Summer steeds meer zichtbaar, waardoor de bebossing alleen maar mooier en meer veelzijdig is van kleur.
Nog voor het middaguur rijden we het Algonquin park in. Het 7600 km² grote park is bezaaid met oneindig veel moerassen, waterlopen en meren.
We kiezen op voorhand een viertal trails uit waarvan wij denken dat deze meer dan de moeite waard zijn. De trails zijn allen zo’n 2 kilometer lang en in heuvelachtig gebied.
De eerste trail is de Beaver Pond Trail. Die loopt door een gebied waar bevers zelf een enorme dam hebben gebouwd en het onderweg een kwestie van klimmen en dalen is door ruig landschap.
De volgende trail is de Lookout Trail en die wordt beschreven als een trail in de categorie ‘moeilijk’. Op verschillende plaatsen onderweg heb je een schitterend uitzicht. Vooral op de top, zo’n 100 meter hoog, is het adembenemend om te zien hoe het (Algonquin)landschap erbij ligt.
Tussen de trails door komen we langs tal van mooie view-points, beekjes en al wat niet meer moois.
Op weg naar de volgende trail stopt net voor ons plotseling een auto. Wanneer dit gebeurt, is er meestal ‘iets’ te zien en jawel hoor. In het naast gelegen weiland vlakbij de ingang van het bos loopt een grote Moose, dit keer een mannetje. Deze Moose is aanzienlijk groter dan de vorige keer en is nu zwart van kleur.
Best geluk hebben dus, zo’n beest te zien in de vrije natuur want garantie heb je alleen in de dierentuin.
De derde trail, Two Rivers, is de makkelijkste trail qua terrein. Deze loopt hoofdzakelijk door jong bos. Deze wandeling geeft je het gevoel alleen in het park te zijn; wat een rust zeg.
Onderweg schrikken we nog even wanneer er een slang ons pad kruist. Maar na wat foto’s verdwijnt de slang net zo snel als hij gekomen is.
Onderweg bezoeken we ook nog het visitors centre, waar o.a. natuurgetrouwe weergave wordt gegeven van hetgeen zich het jaar rond afspeelt in het park.
De laatste trail is de Hardwood Lookout Trail. Het is de kortste (op papier) maar ook de zwaarste. Onderweg heb je uitzicht op het Smoke Lake en de omgeving.
Eigenlijk hadden we een campground in het park willen nemen, maar aangezien de grounds, die nog open zijn in het begin van het park en dus de route liggen, verlaten we het Algonquin park en rijden alvast een stuk richting Peterborough. We nemen uiteraard weer een provinciale route.
Op deze route blijkt eens te meer waarom de provincie Ontario (betekent glinsterend water) het land van 1000 meren genoemd wordt.
We komen door tal van dorpjes die stuk voor stuk aan een meer liggen. Campgrounds waar we naar uitkijken zijn er nauwelijks op weg naar Peterborough. Na wat zoeken valt ons oog op een klein provinciaal park; Emily. Bij de ingang van het park is niemand aanwezig maar staat wel aangegeven hoe te handelen. Er moet een registratiekaart ingevuld worden, waarvan jezelf het bovenste gedeelte neemt en de onderste helft die tevens dient als enveloppe met geld in een soort van brievenbus deponeren. Daarna kan je de plek kiezen die je wilt, het is inmiddels donker dus tijd voor…. Tot morgen.

foto's van 17-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 512

Brownsburg-Chatham – Golden Lake 16-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 18 September 2006 | 18:35:45
Provincie: Quebec -> Ontario
Gereden afstand: 303 km (Frank)
Tekst: Lidwine

Pas als we wakker zijn en buiten komen, zien we waar we gisteren in het moerdonker de camper neer hebben gezet. Een hele beste plek, zo blijkt, op deze gemeentelijke camping. Er is ook een hoop te doen en 's ochtends gaan er heel wat bootjes het water in. Buiten genieten we van een ontbijtje. Dan gaan we via Montebello richting Hull. We komen onderweg opvallend veel (groepjes met) motorrijders tegen. Wellicht dat het weekend en het weer hierbij een grote rol speelt. De zon schijnt wederom uitbundig. In het gezellige Montebello gaan we naar de information touristique, maar ze zijn hier heel strikt met de provinciegrenzen. Er is geen informatie te krijgen over Ontario. Sterker nog, ze weten niet eens waar hun collega's in een andere provincie zitten. Dus we zetten verder koers richting Hull, dat tegen Ottawa (Ontario) aanligt. Maar ze geven alleen Hull aan, omdat dat nog (net) in Quebec ligt. Zo gehecht is men blijkbaar aan de eigen provincie. Nou Jone, had jij het over rare Amerikanen?

We gaan vandaag dus de vijfde en laatste provincie van onze rondreis in: Ontario. Ontario is groter dan Frankrijk en Spanje samen. De afstand tussen de kale kusten van de Hudson Baai in het noorden en de dichtbevolkte steden in het zuiden bedraagt 1600km. Het grootste deel van deze enorme provincie ligt op het Canadese Schild, de twee miljard jaar oude rotsen die het landschap van wouden, moerassen en de talloze meren dragen. Hier wonen maar weinig mensen, al bevatten de rotsen de grootste mineralenschat op aarde. De bevolking woont geconcentreerd in de steden. Want met zijn 11 miljoen inwoners is Ontario de meest dichtbevolkte provincie van Canada. Meer dan 80% woont in de steden; alleen in Toronto al 4 miljoen.
Toen er destijds een hoofdstad moest worden gekozen voor de jonge Verenigde Provincie van Canada werd het, tot ontsteltenis van Toronto en Quebec, Ottawa. De wildernis is er nog merkbaar aanwezig, vooral op de brede wateren van de rivier de Ottawa die van het Canadese Schild naar het laagland stroomt en dankzij de wouden die de stad aan alle kanten omgeven. De prachtige ligging van de parlementsgebouwen, die op de rivier uitzien, is zo mooi als waar ook ter wereld. Ottowa is geheel tweetalig.
We gaan eerst maar op zoek naar de VVV. Die hoopten we gelijk bij binnenkomst in Ontario te treffen, maar helaas. Dus het centrum van de hoofdstad maar in.
Van Ottawa hadden we allebei, mede door onze ervaring in Canberra (OZ), geen hoge verwachtingen. Maar Ottawa viel ontzettend mee. Dit in tegenstelling tot het vinden van een parkeerplek met de camper... Wat 'n crime. Afijn, de camper op een terreintje neergezet waar je nou niet echt een goed gevoel bij kreeg. Zwerver op de hoek (die zijn er in de hoofdstad ook zeker in overvloed) en veel vage types. Moet ook zeggen dat dit de eerste keer is dat ik me in een stad in Canada niet helemaal veilig voelde. Maar meer het centrum in, ademende de stad toch veel (gezellige) sfeer uit. Leuke winkelstraatjes, her en der muzikanten op straat en mooie gebouwen van formaat. Aan de architectuur van de (neogotische) parlementsgebouwen is veel aandacht besteedt.
Bij de visitors information schoot het echter nog niet bepaald op. In principe hadden ze alleen info over de stad (Ottawa) en niet over de provincie (Ontario). Maar de vriendelijke jongeman vindt nog in een kast achteraf een roadmap en een boekje met alle parken van Ontario. Weer buiten dan nog maar even in het zonovergoten Ottawa rondkijken. Tussen Château Laurier en de Confederation Square, lopen we over de drukke Wellington Street. We komen daarna over het kanaal (een mooi gezicht!) en onderweg updaten we snel ff het weblog in een internetcafé.
We verlaten Ottawa en zetten koers richting het Algonquin Park. Via Arnprior en Renfrew, gaan we naar het kleinere Golden Lake. Het wordt zo een gemixte dag, van zowel stad als natuur, drukte en rust (ook op de wegen).
Het wordt te laat om nog helemaal naar het park door te rijden. Dus we willen ergens op de weg daarheen overnachten. Zonder campingids wat lastiger, maar het staat hier allemaal goed aangegeven. Behoudens hele stukken weg, is de eerste indruk van Ontario zeker geen verkeerde. Veel afwisselend landschap en gaandeweg beginnen de meren te komen. Iets voorbij de dorpskern van Goldenlake nemen we de eerste de beste campground.
Kasdorff's bleek gelijk vooral de beste te zijn. Er was nog even twijfel of er nog wel plek was, maar er stond nog een 'verdwaalde' electricity hook-up aan de waterkant. Perfect! How close can you go; nou, dus niet dichter bij het water dan hier. Schitterend uitzicht! Vanuit ons campertje kunnen we zo Golden Lake (in dit geval het meer met die naam) inlopen. Een ondiep meer met kleine eilandjes in het midden.
Met een glaasje Canadese witte wijn (Ted's zelfgemaakte wijn die ie had meegegeven), een geweldige zonsondergang, maar één gedachte: Golden Lake bevalt in alle opzichten. We genieten dus nog ff, hmmm.

foto's van 16-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 548

Saint-Sulpice – Brownsburg-Chatham (Montréal) 15-09-2006
reis/Canada | week 4 (15 t/m 24 september 2006) | 16 September 2006 | 21:11:20
Provincie: Quebec
Gereden afstand: 154 km (Lidwine)
Bus & metro: 45 km
Tekst: Frank

Vroeg uit de veren want vandaag wacht de metropool Montréal.
Onze campground is zo’n 30 km buiten Montréal, waar (nog) niks te merken is van enige drukte. Even voor Montréal komen we nog door Repentigny, ook een behoorlijk grote plaats. Daarna komen we al snel via de 138 op de Rue Sherbrooke. Waar de drukte begint, rijden we een (betere) woonwijk in en parkeren daar de camper. Lijkt ons beter gezien de ervaring in Quebec.
Vervolgens lopen we een paar meter terug naar de Rue Sherbrooke en nemen daar de bus naar het beginpunt van de metro. Deze busrit duurt zo’n 20 minuten, maar da’s nog altijd veel beter dan ronddolen met de camper in hartje Montréal (dat blijkt later ook als we terplekke zijn).
Op metrostation Honoré-Beaugrand begint voor ons het bezoek aan Montréal pas echt.

De bruisende metropool wordt gekenmerkt door een geslaagde combinatie van een historische oude stad, een levendig centrum en het beboste Mount-Royal.
Montréal telt ruim 3,5 miljoen inwoners en is daarmee op één na de grootste stad van Canada.
Nadat we op het eerste metrostation trachten een dagkaart te kopen, worden we verwezen naar de volgende halte (te weten Radison). Voor $9,- kunnen we de hele dag met de metro en ook de terugreis met de bus zit daarbij inbegrepen. De camper een uurtje parkeren (indien mogelijk) in het centrum kost meer.
Onze eerste stop is Parc Olympique, waar in 1976 de Olympische spelen zijn gehouden. De 190 meter hoge (Olympische) toren is letterlijk de bekroning van het park, met indrukwekkende kabels fixeert de toren stijlvol het dak van het Olympisch stadion waar 70.000 toeschouwers in kunnen. Het stadion is echter wel toe aan een opknapbeurt.
Vervolgens gaan we met de metro (10 haltes!) richting hartje centrum Montréal (downtown), waar het gelijk feest is wanneer we ‘bovengronds’ komen. Met grote overmacht zetten zeker 15 motoragenten stuk voor stuk alle kruisingen af omdat er een colonne auto’s met daarin waarschijnlijk politieke kopstukken passeert. Na even langs de visitors information te zijn geweest (waar het een gekkenhuis was) en een overheerlijke baquette jambon pesto bij een echte Franse bakker, wandelen we richting Vieux (oud) Montréal.

Onderweg komen we nog door Chinatown en voordat we de Baselique Notre-Dame aanschouwen, zien we nog tal van historische gebouwen, o.a. het Chateau Ramezay en het gloednieuwe gerechtsgebouw.
Uiteindelijk komen we terecht op Place Jaques Cartier, waar op een terras eerst wat genuttigd wordt. Daarna nog even langs de haven (die niet veel voorstelt) en vervolgens weer terug naar de leuke winkelstraatjes van Vieux-Montreal.
Op Victoria Square genieten we van de talloze fonteinen en het leuke parkje. Daarna gaan we via het centrum richting Mont-Royal: een opvallende heuvel ten noordwesten van de stad. Met recht een hoogtepunt, want vanaf de top heb je een schitterend uitzicht over de hele stad. Dit is de klim meer dan waard.

Moe maar voldaan gaan we richting metro, op weg naar de camper. Zowel de metrorit als de busrit verlopen soepel, zodat we een klein uurtje later al bij de camper zijn.
Via binnendoor weggetjes rijden we alvast een stukje richting de provincie Ontario en besluiten de campground in Brownsburg-Chatham te zoeken. Maar mede vanwege het feit dat het inmiddels donker is, is het wel even zoeken. Maar dankzij een behulpzame Canadese vrouw, arriveren we op de beoogde campground. De campground is bijna ‘complet’ dus vandaag kunnen we niet zelf uitzoeken waar we gaan staan. Geen probleem na zo’n mooie dag Montréal, Canada.

foto's van 15-09-2006

Île d’Orléans – Saint-Sulpice 14-09-2006
reis/Canada | week 3 (8 t/m 14 september 2006) | 15 September 2006 | 18:31:57
Provincie: Quebec
Gereden afstand: 291 km (Frank)
Tekst: Lidwine

Na te hebben betaald, vuil water te hebben gedumpt en vers water te hebben gevuld, verlaten we de campground van Saint François. We gaan de rest van het eiland via noordelijke richting over. Het heeft vannacht behoorlijk geregend en hoewel de lucht opentrekt, valt er onderweg nog wel 'n buitje.
We komen door het kleurige plaatsje Sainte Famille en als laatste dorpje voor de brug Saint Pierre. Dit is het dichtst bevolkte gebied van het eiland en de plaats dankt z'n populariteit aan het feit dat het 't dichtst bij de brug (gebouwd in 1935) ligt. Vanuit Saint Pierre heb je goed zicht op de bergen van Laurent. Als we de brug overgaan, zien we heel duidelijk de grote waterval van Montmorency (waar die gisteren nou was?!?).

Onderweg naar Montréal staat er nog een (grotere) plaats op ons wensenlijstje: Trois-Rivières. Daar gaan we via de kustweg heen en die leidt ons door kleine, gezellige plaatsjes. De lucht trekt steeds verder open. Aan de lage stand van de rivieren te zien, mag er echter nog wel wat water vallen (en als 'boerendochter' valt me op dat dat ook te zien is aan de maïs). Maar laat dat maar vallen vanaf de laatste week van september…
Trois-Rivières dankt zijn naam en welvaart aan de rivier Saint-Maurice. Waar de rivier in de veel bredere St.-Laurens uitmondt, vertakt hij zich in drie stromen (vandaar: Trois-Rivières). De stad is al jaren de grootste producent ter wereld van krantenpapier, dankzij de houtvlotten die van de wouden in het noorden de rivier afzakken. Trois-Rivières is na de stad Quebec de oudste Europese nederzetting in de provincie (in 1634 gesticht als bonthandelspost). Het is een mengeling van geschiedenis en cultuur.
In het voorgedeelte 'mot je nie wezen': veel meer dan ongezellig industriegebied is het niet. Maar als je de brug overrijdt verandert het beeld drastisch. We komen binnen langs het Sanctuaire Notre-Dame du Cap. Dit heiligdom staat op de plek waar de Saint-Maurice en de St.-Laurence samenvloeien en is het op twee na belangrijkste pelgrimsoord in de provincie. Wij vinden de (bijzonder imposante) buitenkant voldoende en gaan verder richting centrum. Het blijkt zonder meer een gezellig stadscentrum, met een oud en een nieuw gedeelte. Veel winkeltjes, kroegen en terrasjes. In de bieb updaten we het weblog. De eerste bieb trouwens waar we hiervoor moeten betalen en dan krijg je een pasje waarbij onderin beeld de tijd die je nog hebt afloopt (lekker relaxed ahum, uurtje factuurtje). We wandelen langs de haven, door het oude en nieuwe centrum. Daarna nemen we in een geinige koffietent een bak (zeg maar gerust megabak) koffie / cappuccino met een broodje. Inmiddels is de lucht weer helemaal dichtgetrokken, maar Frank heeft op internet gezien dat de voorspelling voor Montréal beter is. Jammer dat we Trois-Rivières niet in 't zonnetje hebben gezien. Dan komt de stad en z'n sfeervolle tentjes natuurlijk veel beter tot z'n recht. De '(half)openluchtbarretjes' zagen er zeker uitnodigend genoeg uit.
Rond vijven gaan we weer op pad via de provinciale weg (138) richting Montréal. We willen redelijk dicht bij de stad overnachten, zodat we morgen bijna de hele dag aan deze metropool kunnen besteden.
Hoewel camping Le Marquis (de laatste op de directe weg naar Montréal) volgens de gids morgen sluit, gaan we die toch proberen. De goedlachse eigenaresse Denise zegt dat de camping nog de hele maand open is, dus we hebben goed gegokt. We halen eerst nog wat boodschappen in de plaatselijke supermarkt. Daarna begeleidt Denise ons in haar golfkarretje naar een geweldige plek aan het water.

foto's van 14-09-2006
berichten | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 340

Home Ontwikkeld door punt.nl gehost door mijndomein.nl| sinds: 2006-07-14